Vroeg uit de veren in het veldstation | Jenni Vreugdenhil Geplaatst op 26 februari 2026 Sinds twee jaar is het veldstation midden in het Verdronken Land van Saeftinghe in gebruik. Een plek die voor bezoekers grotendeels verborgen blijft, maar waar achter de schermen intensief wordt gewerkt aan vogelonderzoek. Wat gebeurt daar precies? Samen met Jenni Vreugdenhil, van Vogelringgroep Saeftinghe, duiken we in de wereld van het vogelringen en vertelt zij over het onderzoek, de waarde van verzamelde gegevens en hoe een dag bij het veldstation eruitziet. Vogels individueel volgen Vogelringen betekent dat een vogel een kleine metalen ring met een unieke code om de poot krijgt. Daardoor wordt een vogel individueel herkenbaar. Dat levert verrassend veel informatie op. Door een vogel in de hand te hebben, kunnen ringers vaststellen om welke soort het gaat, hoe oud het dier is, wat de conditie is en hoe veel hij weegt. Wordt een vogel later opnieuw gevangen of ergens anders teruggemeld, dan ontstaat een gedetailleerd beeld van zijn leven. “Je ziet ineens dat een vogel vijf of zes jaar geleden al eens is gevangen, soms honderden of duizenden kilometers verderop”, vertelt Vreugdenhil. “Zo leer je iets over levensduur, trekgedrag en overlevingskansen. Dat lukt niet met alleen tellen.” Een vaste plek, jaar na jaar Het veldstation in het grenspark is het thuis voor een zogenoemd vogelringstation. Dat betekent dat hier elk jaar op vrijwel dezelfde manier wordt gewerkt, met vaste netten en vaste momenten. Juist die herhaling maakt het onderzoek zo waardevol. Veranderingen in aantallen of soorten zijn daardoor beter te duiden. In 2025 werden op deze locatie ongeveer 2.500 vogels geringd, vooral in de maanden augustus, september en oktober. Dat zijn de drukste maanden, wanneer de najaarstrek op gang komt. Er kwamen ook veel terugmeldingen binnen van vogels die eerder waren geringd in onder andere Noorwegen, Frankrijk, Spanje en België. Vroeg uit de veren Een ringdag begint vroeg. Ongeveer een uur voor zonsopkomst worden mistnetten, inloopkooien en geluidssystemen klaargezet. Net voor de schemering gaat alles open. Daarna lopen de ringers iedere 45 minuten langs de netten om vogels veilig uit te halen. “Het belangrijkste is dat vogels nooit te lang in het net hangen”, legt Vreugdenhil uit. “Bij slecht weer lopen we vaker of sluiten we de netten. Veiligheid en dierenwelzijn staan altijd voorop.” De vogels worden naar het veldstation gebracht in aparte katoenen zakjes. Dat houdt ze rustig en beperkt stress. In het veldstation worden ze gemeten, gewogen, geringd en kort daarna weer losgelaten. Tijdens de najaarstrek worden er regelmatig meer dan honderd vogels per dag geringd en soms zelfs meer dan driehonderd. Tijdens de drukste periodes verblijven de ringers soms meerdere dagen achter elkaar in het veldstation. Ze kunnen er overnachten, zodat ze bij zonsopkomst al midden in het gebied zijn en kunnen inspelen op het weer. Data met een brede impact Alle gegevens die in het veldstation worden verzameld, gaan naar een landelijke database die wordt beheerd door het Vogeltrekstation. Die data vormt de basis voor uiteenlopende onderzoeken. Universiteiten en natuurorganisaties gebruiken de informatie om onderzoek te doen naar populatieontwikkelingen, verspreiding van soorten en de invloed van omgevingsfactoren. Daarnaast wordt meegewerkt aan diverse projecten. Een mooi voorbeeld daarvan was de samenwerking met de Erasmus Universiteit, waarin onderzoek wordt gedaan naar zoönosen (infectieziektes die van dier op mens overdraagbaar zijn). Door monsters af te nemen bij vogels ontstaat inzicht in hoe ziektes zich via trekvogels kunnen verspreiden. Daarnaast lopen er projecten rond scholeksters, boerenzwaluwen, kwartels en veldleeuweriken, vaak in internationale samenwerking. Wat laat onderzoek zien over dit gebied? Om echt te begrijpen hoe het gebied zich ontwikkelt, is jarenlang onderzoek nodig. Toch zien de ringers een aantal opvallende tendensen. De afgelopen jaren worden er aanzienlijk minder baardmannen gevangen, terwijl cetti’s zangers juist opvallend vaak in de netten belanden. Die veranderingen zijn geen reden tot zorg, maar laten wel zien hoe dynamisch het gebied is. Vreugdenhil: “Wat we zeker zien, is dat dit gebied voor veel soorten een belangrijke tussenstop is. Vogels komen hier aan, blijven een paar dagen, nemen in gewicht toe en trekken daarna verder. Dat laat zien dat er voldoende voedsel is. Als opvetplek tijdens de trek is dit echt een topgebied.” Vrijwilligers maken het verschil Voor Vreugdenhil is het belangrijk dat vogelringen en de rol ervan binnen wetenschappelijk onderzoek goed wordt begrepen. Het is specialistisch werk dat niet zomaar door iedereen kan worden uitgevoerd. Wie zelfstandig vogels wil ringen, volgt een uitgebreide opleiding. Daarbij draait het niet alleen om soortenkennis, maar ook om inzicht in ruipatronen, leeftijdsbepaling, veilig hanteren en het minimaliseren van stress bij de vogels. “De kennis die we opdoen is essentieel voor goed natuurbeheer en bescherming”, benadrukt Vreugdenhil. Het ringwerk in het veldstation wordt grotendeels gedragen door vrijwilligers. Die zijn onmisbaar. “We kunnen altijd extra hulp gebruiken”, lacht Vreugdenhil. Ervaring is niet nodig. Enthousiasme en betrokkenheid wel. Vooral in het najaar is extra hulp welkom, maar ook in andere seizoenen lopen er projecten waarvoor ondersteuning nodig is. “Hoe meer mensen, hoe beter. En hoe vaker je meedoet, hoe meer je kunt leren en doen.”